Missie, levert het nog wat op?

Ineens overviel het mij. Soms heb je dat, zo’n terugblik. Je maakt de balans op en twijfelt wat. Wat heeft het nu opgeleverd, zo’n missionaire levensstijl?

Eigenlijk wil ik daar niet aan toegeven. Bang als ik ben dat de opgemaakte balans tegenvalt. Ik deel wel eens mijn twijfels. Niet in een duidelijke vorm die iemand direct begrijpt. Het is meer hardop reflecteren voor mijzelf in een gesprek dat ik voer met iemand.

Soms word je daardoor geinspireerd en reikt je gesprekspartner zinvolle dingen aan. Dan weer word je juist aangemoedigd wat afstand te nemen en wat meer te genieten van het leven. In eigen kring heet dat ‘toepassen van de semi-cirkel’. De balans zoeken dus in een ritme van werken en rust. Maar het helpt niet altijd, zo’n model toepassen. Het blijft soms kunstmatig en ik worstel dan met het ritme van seizoenen (een boer kan zich ook geen rust permitteren in de oogsttijd). Ik bedoel dat niet flauw maar het zegt wat over mijn worsteling. Anders gezegd, ik kom er niet altijd uit over vragen als: wat is een goed ritme, wanneer is het oogsttijd, moet er een tandje bij, is het niet veel meer van let-go?

Ik zit in een fase waarin ik anderen nodig heb die onze droom ondersteunen. Niet alleen je vrienden, maar juist mensen die nog niet in ons netwerk zitten. B.v. de overheid of mensen die ongeveer dezelfde dingen doen maar op heel andere grondslag of ideologie. Maar voor het netwerk is het interessant om te kijken wat je kunt leren en waar de blind spots zitten. Dus de vraag: zitten de mensen te wachten op ons of is er al voldoende aanbod? Daar is veel meer over te zeggen, maar dat is niet het punt nu. Het punt is dat tot op heden in onze bediening de mensen de weg naar ons vonden. In het vormen van een missional community is dat andersom. Wij moeten hen vinden en daar heb je soms allianties voor nodig en een ander netwerk. Dat is lastiger dan ik dacht. Vandaar de vraag, wat levert het op?

Ik ben daar nog niet uit. Maar ik heb wel een mooie tussenbalans. Volgens mij ontdek ik weer opnieuw dat het gaat om trouw zijn. Trouw zijn aan je roeping. Heeft God gesproken? Zo ja, blijf dan trouw aan je opdracht, ongeacht…..

Kaleb was een van de verspieders die God serieus nam en geloofde dat het beloofde land voor het volk Israel was. Hij kreeg weinig medewerking, werd zelfs met de dood bedreigd. En vanwege de zonde van een volk moet hij, trouwe dienstknecht van God, tientallen jaren wachten en eerst anderen helpen hun aandeel van het beloofde land in te nemen. Toen wist hij dat het de tijd was en ging hij naar Jozua. “Geef mij dat bergland Jozua, wellicht is God met mij”. En Jozua zegende hem. Op 85-jarige leeftijd nam Kaleb zijn erfdeel van het beloofde land Hebron in. Hij kon dat omdat hij op die leeftijd nog even sterk was als in zijn jeugd. In het bestuderen van de persoon Kaleb uit de bijbel liggen enorm rijke lessen. Lessen van vergeving, trouw, broederschap, geloof en volharding.

Ik leer dus dat onderweg, op weg naar het beloofde land, net zulke rijkdommen te ontdekken zijn als na het behalen van je doel, het volbrengen van de missie.

Het levert dus wat op! Al is het alleen al omdat ik zelf verander!

Wordt vervolgd!!!

Comments are closed.